|
Het proces dat men ondergaat vanaf de eerste vaststelling van borstkanker, grijpt
diepgaand in op het leven van de patiënt en haar of zijn omgeving.
Men komt in contact met zeer veel deskundigen en disciplines. Vele disciplines
zijn gekend (bv. chirurgie, gynaecologie,...), maar met een aantal disicplines of termen
komt men voor de eerste keer in aanraking.
Op deze pagina vindt u meer informatie over deze minder gekende specialismen en hun
verband met borstkanker:
|
- Borstverpleegkundige
- Psychologische begeleiding
- Kinesitherapie
- Palliatief support team
- Menselijke erfelijkheid
- Naboram
- Oncorevalidatie
|
|
|
Vanaf de diagnosestelling, tijdens de behandeling, tot na het ontslag hebben
patiënten met borstkanker vaak een duidelijke nood aan opvang en begeleiding. De
borstverpleegkundige wil hierop een antwoord bieden.
Samen met het medische team en het verpleegkundig team zorgt zij voor de opvang en
de ondersteuning van de patiente en haar familie.
De borstverpleegkundigen zijn aanwezig tijdens de raadpleging van de borstkliniek.
Wanneer een patient de diagnose krijgt van borstkanker, neemt de
borstverpleegkundige tijd voor een gesprek. Op die manier kan de patiente even op
adem komen en krijgt ze ook de mogelijkheid om vragen te stellen. De
borstverpleegkundige bezoekt ook de patiente op de kamer tijdens de opname. Na
ontslag zorgt zij ook voor de wondverzorging na de operatie.
De borstverpleegkundige is de vertrouwenspersoon die de patiente begeleidt vanaf de
diagnose, tijdens en na de behandeling. Ook na ontslag uit het ziekenhuis of na de
behandeling kan de patient steeds contact opnemen met de borstverpleegkundige voor
een ondersteunend gesprek of hulp bij het regelen van praktische zaken.
De borstverpleegkundige beschikt over diverse informatiefolders die de patiënte
meekrijgt: infobrochures rond de zelfhulpgroepen, prothesen, het voorkómen van
een dikke arm, ... Zo kan de patiënte bepaalde informatie thuis opnieuw in alle
rust inkijken.
De borstverpleegkundige is elke werkdag aanwezig tussen 8h30 en 12h30 via het
telnummer 03/491 27 33 of via info@borstkliniek-lier.be
Terug naar boven
|
|
De psychologe van de borstkliniek kan u begeleiden wanneer u nood heeft aan
emotionele ondersteuning en begeleiding tijdens het ziekteproces. U kan met haar
spreken over de verwerking van de ziekte, problemen op vlak van sexualiteit en
intimiteit, problemen met de omgeving, onverwerkte trauma’s uit het verleden en
andere zaken.
Deze gesprekken zijn gratis en zijn strikt vertrouwelijk.
Ook uw partner of andere gezinsleden kunnen terecht bij de psychologe. U kan bij
haar terecht tijdens het behandelingstraject maar ook nadien kan U bij haar nog
terecht.
Psychologe : Elke Robyn
Te bereiken via: 03/491.27.83
|
|
Terug naar boven
|
Inleiding
Vanaf de dag na de ingreep start u met bewegingstherapie van de schouder en de arm.
Het is belangrijk om de schouder zo snel mogelijk zijn normale beweeglijkheid terug
te bezorgen en te vermijden dat weefsels hun soepelheid verliezen.
Soms ontstaat er een brandend, pijnlijk en tintelend gevoel aan de onderkant
van de bovenarm en langs de buitenkant van de borst, doordat er zenuwen zijn
doorgesneden die voor het gevoel in de huid zorgen. Het is een normaal verschijnsel
en duurt gewoonlijk 6 tot 8 weken. Soms blijven er gevoelige plekjes op de huid van
de arm. Het gevolg hiervan kan zijn dat patiënten een dwanghouding gaan
aannemen = Napoleonhouding. Dit willen we vermijden.
Door het doorsnijden of beschadigen van de lymfevaten drogen sommige lymfevaten
op, krimpen en staan daardoor als gespannen snaren onder uw arm. De elleboog kan
moeilijk gestrekt worden.
Een derde mogelijk probleem is een verkramping van de grote borstspier. Dit kan
een scherpe pijn veroorzaken langs de voorkant van schouder en borst. Hoe eerder
u de arm strekt en op de gewone manier beweegt, hoe minder kans u hebt op deze
pijn.
Bewegen is daarom belangrijk.
Oefeningen
Soms starten we met het aanleren van een goede ademhalingstechniek om te relaxeren
en je beter te concentreren. Daarna starten we met schouderbewegingen, eerst in bed,
nadien in zittende en rechtstaande houding. Geleidelijk aan voert u de bewegingen
zelf uit. Houding en correcte uitvoering zijn belangrijk.
Oefen thuis verder.
Controleer uzelf door af en toe voor de spiegel te oefenen. U kan zich daarin laten
begeleiden door een kinesist thuis, het nodige voorschrift wordt door de arts geleverd.
Warmtetherapie, elektrotherapie en allerhande masssages zijn hier niet aangewezen.
Oefeningen die u zelf kan doen:
Start vanuit lig, zit of stand en breng de armen opwaarts. Maak gebruik van een
stok. Til de stok zo hoog mogelijk, strek daarbij uw ellebogen.
|
|
|
Zijwaartse armstretch. Zit op een stoel, hou uw pols van de arm aan de
geopereerde kant vast met de hand van je goede arm. Trek uw arm naar uw hoofd
toe; hou het hoofd recht.
|
|
|
De Vlinder. Sla uw handen losjes in elkaar en leg ze achter uw hoofd. Hou je
ellebogen bij elkaar voor uw gezicht. Beweeg uw ellebogen naar achter zo ver u
kan en weer naar voren.
|
|
|
De spin. Ga met uw gezicht naar de muur staan, uw voeten ongeveer 15 cm van de
muur weg. Begin met uw vingers langs de muur naar boven te wandelen, elke keer
een stukje hoger. Kijk wat uw niet geopereerde kant kan en probeer daar met de
andere kant ook te geraken.
|
|
|
Handen aan de schouders, strek vervolgens de armen zijwaarts, de polsen maximaal
gestrekt.
|
|
|
Plaats de handen achter de rug, de handen in elkaar. Vanaf het zitvlak brengt u
de handen naar boven tot tussen de schouderbladen. Breng de armen verder opwaarts.
|
|
Lymfoedeem en lymfedrainage
1.Preventieve maatregelen ter voorkoming van lymfoedeem
Het lymfestelsel(lymfevaten + lymfeklieren =”tussenstations”) zorgt voor het wegvoeren
van het overtollige lichaamsvocht dat niet door de aders van het bloedstelsel wordt
opgenomen.
Bij een borstamputatie worden meestal ook een aantal of alle lymfeklieren
(=okselklieren) weggenomen. Hierdoor kan het gebeuren dat de arm gaat zwellen.
Kwetsuren vergroten de kans op een dikke arm. Infecties kunnen gemakkelijker optreden
door het minder goed functioneren van dit lymfestelsel.
Men dient er voor op te letten:
de arm niet te lang naar beneden te laten hangen
de arm niet te overbelasten(te zwaar werk of lasten dragen, langdurig strijken, fietsen bij sterke wind,…)
de arm niet te kwetsen(snijden, steken bij het afwassen, poetsen, tuinieren,…)
dat u eventuele kwetsuren goed verzorgt(ontsmetten met isobetadine, zuurstofwater of hibitane)
dat er geen bloedstalen of bloeddruk aan de betrokken arm worden genomen
dat u de arm niet verbrandt(sigaret, oven, vuur, zon,…)
dat u niet in de sauna gaat
Men doet er goed aan:
de arm regelmatig te laten rusten in hoogstand
handschoenen te dragen bij sommige karweien
een vingerhoed te dragen bij het naaien
spannende juwelen te vermijden
regelmatig armoefeningen te doen, maar geen krachtoefeningen
tijdig naar de dokter te gaan zelfs als de arm maar een beetje rood, warm, dik of hard is.
2.Lymfedrainage
Na 1 à 2 weken kan men starten met manuele lymfedrainage.
De bedoeling van lymfedrainage is de lymfestroom te richten en te stimuleren,
waardoor oedeem en weefselverandering in het aangedane lidmaat afnemen.
Dit wordt een belangrijk deel van de voortgezette kinébehandeling. Je zou de kans op
oedeem reduceren van 30% naar 4% als je preventief behandelt.
Dit is aangewezen bij operaties met totale klierontruiming en bij patiënten die nog
radiotherapie van de oksel en/of borst nodig hebben.
Als er geen oedeem ontstaat, kan dit afgebouwd en stopgezet worden.
Manuele lymfedrainage is natuurlijk ook zeker aangewezen als er zwelling van de arm
ontstaat. Dit kan soms een hele tijd na de operatie optreden. Soms zijn er klachten
van een zwaar en gespannen gevoel in de arm zonder meetbare zwelling, maar wel
aantoonbaar op echografie.
Ook hier is behandelen de boodschap.
Er worden verschillende handgrepen met drainage van de voorzijde en rugzijde van de
borstkas gebruikt, waardoor anastomosen(omwegen) geactiveerd worden.
Ter hoogte van het lidmaat wordt vocht afgevoerd en geresorbeerd.
Manuele lymfedrainage kan best gecombineerd worden met actieve oefeningen, die niet
te hevig of te zwaar zijn. Een drukmouw tijdens het uitvoeren van de oefeningen kan
het effect maximaliseren.
Eventueel kan er meerlagig gebandageerd worden als lymfedrainage alleen niet
voldoende is.
Een steunmouw kan het oedeem onder controle houden.
Pressotherapie is enkel te gebruiken in combinatie met manuele lymfedrainage. Een
toestel met minstens 3 en liefst 10 tot 12 kamers is nodig.
|
|
|
Soms volstaat deze behandeling niet en is chirurgie een uitweg. Eens de behandeling
is afgebouwd, blijft u nog best onder controle want oedeem is een chronische
aandoening.
Kiné praktisch
Alle patiënten hebben recht op speciale terugbetaling (F-pathologie) na een borstoperatie, d.w.z. 60
beurten aan een normale terugbetaling. De kinésitherapeut moet deze aanvraag
indienen bij het ziekenfonds.
Zij hebben recht op een E-pathologie bij aantoonbare zwelling van het lidmaat. Een
perimetrie of een volumetrie of een kopie van een lymfoscintigrafisch protocol of
het voorschrift van de klinische noodzakelijkheid om de behandeling in te voeren
moet aanwezig zijn bij de aanvraag. Met een E-pathologie is er verhoogde tussenkomst
van het ziekenfonds en mag er een onbeperkt aantal keren behandeld worden.
Terug naar boven
|
|
Soms is er geen genezing meer mogelijk. Dan is er nood aan specifieke begeleiding
van de patiënt en hun naasten.
Het palliatief support team probeert te zorgen voor een sereen en menswaardig
levenseinde.
|
|
Terug naar boven
|
|
In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van
haar leven borstkanker te krijgen. In de meeste gevallen gaat het om een
niet-erfelijke ziekte.
Bij 5 % van de patiënten met borstkanker gaat het om een erfelijke vorm van
borstkanker. Deze erfelijke vorm van borstkanker komt meestal voor op vrij jonge
leeftijd, presenteert zich frequent in beide borsten tegelijk en is soms
geassocieerd met eierstoktumoren.
De meest voorkomende genafwijking die aanleiding geeft tot borstkanker is de mutatie
(afwijking ) in het BRCA1 of BRCA2 gen. Deze afwijking kan zowel van de vader als
van de moeder geërfd worden. Indien in uw familie meerdere vrouwen getroffen zijn
door borstkanker, waarvan een aantal op jongere leeftijd, dan kan er sprake zijn van
erfelijke borstkanker.
Via een DNA onderzoek (bloedname) kan bepaald worden of U draagster bent van dit
BRAC 1 of BRAC 2 gen. Voor deze gespecialiseerde onderzoeken wordt er samengewerkt
met de dienst Menselijke Erfelijkheid van het UZ Gasthuisberg in Leuven.
Uw behandelende arts kan U hierover informatie geven.
Terug naar boven
|
|
NAzorg bij BORstsparende ingreep of AMputatie
Naboram staat voor een enthousiast team van lotgenotes die in alle privacy
psychische opvang en praktische info geven aan vrouwen die een borstoperatie
ondergingen.
Hun voornaamste doel is hoop te brengen: hoop op een kwaliteitsvol leven na de
diagnose borstkanker. Deze vrijwilligers kunnen geroepen worden tijdens de
ziekenhuisopname en dit kan geregeld worden via de borstverpleegkundige.
Het adres van Naboram : Lange Gasthuisstraat 45 (briefwisseling p/a Lange
Gasthuisstraat 35-37) te 2000 Antwerpen.
Telefoon: 03/234.35.66
website: www.naboram.be
e-mail: info@naboram.be
Terug naar boven
|
|
|
|
Tekst in voorbereiding.
Terug naar boven
|